Ligging en grenzen
Kanem ligt in het westen van Tsjaad, ten noordoosten van het Tsjaadmeer, en beslaat ongeveer 72.000 vierkante kilometer. In het westen en noordwesten grenst de provincie aan Niger, in het zuidwesten aan Lac, in het zuiden aan Hadjer-Lamis, in het oosten aan Barh el Gazel en in het noorden aan Borkou. De provincie ligt daarmee precies op de overgang van de Sahel naar de woestijn: in het zuiden groeit nog gras en doornstruweel, in het noorden neemt kaal zand het over. Kanem is bestuurlijk verdeeld in drie departementen, met Mao, Nokou en Mondo als voornaamste plaatsen.
Mao, zandstad met een sultan
Hoofdplaats Mao ligt in een laagte tussen duinruggen en telt naar schatting enkele tienduizenden inwoners; net als elders in Tsjaad stamt het laatste harde cijfer uit 2009. De stad bestaat grotendeels uit lemen bouwwerken in aardetinten, met een grote markt en de residentie van de traditionele vorst van Kanem, die de titel alifa draagt. Die functie is ceremonieel maar wordt lokaal serieus genomen: de alifa bemiddelt bij landconflicten en bij geschillen tussen boeren en herders. Rond Mao liggen de karakteristieke ouadi’s, laagten tussen de duinen waar het grondwater zo dicht onder de oppervlakte staat dat er zonder pomp geput kan worden.
Duinen, wadi’s en natronpannen
Het landschap van Kanem bestaat uit lange, evenwijdige duinruggen die in een drogere periode zijn gevormd en later door begroeiing zijn vastgelegd. Tussen die ruggen liggen honderden laagten. Sommige zijn droog en bebouwd met dadelpalmen en groente, andere bevatten ondiepe, sterk zoute meertjes waaruit natron wordt gewonnen: een natuurlijk sodazout dat in blokken wordt gestoken en gedroogd. Het klimaat is streng: het regenseizoen duurt hooguit van juli tot september en levert in het zuiden 200 tot 300 millimeter, in het noorden veel minder. De gemiddelde temperatuur ligt hoog, met uitschieters boven de 45 graden in april en mei.
Kanembu, Daza en Arabieren
Bij de telling van 2009 had Kanem ruim 350.000 inwoners; projecties komen nu op circa 600.000 uit (schatting). De grootste groep zijn de Kanembu, sedentaire boeren en dadeltelers die het Kanembu spreken, een taal die verwant is aan het Kanuri van Noordoost-Nigeria. Daarnaast wonen er Daza-Toubou, onder wie de Kreda, die vooral vee houden, en Arabischsprekende herdersgroepen. Vrijwel de gehele bevolking is moslim; de islam kwam hier al in de elfde eeuw via de handelsroutes binnen. Zie voor het bredere beeld etnische groepen. Kanem behoort tot de provincies met de zwaarste voedselonzekerheid van het land: een tegenvallend regenseizoen vertaalt zich er direct in tekorten.
Natron, dadels en vee
De economie rust op drie producten. Natron wordt uit de pannen gestoken en per vrachtwagen naar het zuiden en naar Nigeria vervoerd, waar het als toevoeging aan veevoer en in de keuken wordt gebruikt; het is al eeuwen een handelsartikel. Dadels uit de ouadi’s gaan naar de markten van N’Djamena, samen met uien en peper uit de tuinen. En dan is er het vee — runderen, geiten, schapen en in het noorden kamelen — dat het grootste deel van het gezinsvermogen vertegenwoordigt; zie veeteelt. Van industrie is nauwelijks sprake, en veel jonge mannen werken een deel van het jaar elders, zoals uiteengezet bij handel en export.
Wat er van het rijk over is
Kanem gaf zijn naam aan het rijk Kanem-Bornu, dat vanaf ongeveer de negende eeuw rond het Tsjaadmeer opkwam en met onderbrekingen tot in de negentiende eeuw bestond. De Sayfawa-dynastie regeerde vanuit Kanem, bekeerde zich tot de islam en beheerste de karavaanroutes naar de Middellandse Zee. Nadat de Bulala het kerngebied in de veertiende eeuw onder de voet liepen, verplaatste het machtscentrum zich naar Bornu, ten westen van het meer. Zichtbare resten zijn schaars: het gaat vooral om lemen bouwwerken, oude begraafplaatsen en de nog bestaande traditionele vorstenhuizen in Mao.
Een hoofdstad die zoek is: Njimi, de residentie van de Sayfawa-vorsten, wordt in Arabische bronnen uit de middeleeuwen beschreven, maar de exacte plek is nooit met zekerheid vastgesteld. Archeologen hebben in Kanem meerdere kandidaat-locaties onderzocht; het debat over welke ruine Njimi is, loopt nog.