Een economie op drie poten
De Tsjadische economie rust op aardolie, vee en landbouw. Olie levert het gros van de exportinkomsten en de staatskas; vee en gewassen voeden en werkgeven het overgrote deel van de bevolking. Tsjaad behoort tot de armste landen ter wereld — het staat steevast in de onderste regionen van de Human Development Index — maar is tegelijk rijk aan grondstoffen en jonge mensen.
Olie sinds 2003
Sinds 2003 stroomt olie uit het Doba-bekken door een pijpleiding van ruim duizend kilometer naar de Kameroense kust bij Kribi. De productie (grofweg 120.000–140.000 vaten per dag) maakte Tsjaad in één klap olieland, maar de beloofde welvaartssprong bleef grotendeels uit: dalende prijzen, schulden en besteding aan defensie drukten het dividend voor de gewone Tsjadiër.
Honderd miljoen dieren
Volgens de laatste veetelling telt Tsjaad ruim 100 miljoen stuks vee — runderen, schapen, geiten en 's werelds op één na grootste kamelenbestand. Veeteelt is na olie de belangrijkste deviezenbron: levende dieren gaan op de hoef naar Nigeria en verder. In het zuiden blijft katoen de historische cash crop, naast gierst, sorghum, aardnoten, sesam en arabische gom (Tsjaad is een van de grootste producenten ter wereld).
Munt en handel
Tsjaad gebruikt de Centraal-Afrikaanse CFA-frank (XAF), met vaste koers aan de euro (655,957 XAF per euro). Als landomsloten land loopt vrijwel alle import en export via de haven van Douala — een van de redenen waarom vervoer en goederen er duur zijn. De grootste structurele rem blijft de infrastructuur: weinig asfalt, duur en schaars elektriciteitsnet, trage digitalisering.