Een provincie zo groot als een land
Borkou ligt in het noorden van Tsjaad, midden in de Sahara, en beslaat ongeveer 240.000 vierkante kilometer. In het westen en noordwesten grenst de provincie aan Tibesti, in het oosten aan Ennedi-Ouest en in het zuiden aan Barh el Gazel en Kanem. Tot 2008 vormde Borkou samen met Ennedi en Tibesti één reusachtige regio, de BET, die in het dagelijks spraakgebruik nog steeds als aanduiding voor heel Noord-Tsjaad wordt gebruikt. Het noorden van de provincie loopt uit in de Djourab-woestijn en in uitgestrekte ergs: zandzeeen waar duinruggen tientallen kilometers achter elkaar doorlopen.
Faya-Largeau: palmen op zoutgrond
De hoofdplaats Faya-Largeau geldt als de grootste oase van de Sahara. De stad ligt in een uitgestrekte depressie waar het grondwater dicht genoeg onder het oppervlak zit om tienduizenden dadelpalmen in leven te houden, met daaronder tuinen met citrusbomen, granaatappels en groente. Het inwonertal wordt op 15.000 tot 20.000 geschat; harde cijfers ontbreken sinds de volkstelling van 2009. Faya is bestuurszetel, garnizoensplaats en het logistieke scharnierpunt van het hele noorden: wie naar Tibesti of naar de meren van Ounianga reist, vertrekt of tankt hier. De stad heeft een vliegveld dat in de conflicten van de twintigste eeuw herhaaldelijk van hand wisselde.
| Gegeven | Waarde |
|---|---|
| Hoofdplaats | Faya-Largeau |
| Oppervlakte | circa 240.000 km² |
| Inwoners | circa 150.000 (projectie; volkstelling 2009: onder de 100.000) |
| Hoogte Faya-Largeau | circa 250 meter boven zeeniveau |
| Neerslag | doorgaans minder dan 25 mm per jaar |
Klimaat en fossiel water
Borkou heeft een volstrekt woestijnklimaat. In de zomer lopen de middagtemperaturen ver boven de 40 graden op, terwijl het in december en januari ’s nachts tegen het vriespunt kan aanlopen. Regen valt er in sommige jaren helemaal niet. Dat het gebied toch bewoonbaar is, komt door fossiel grondwater in het Nubische zandsteenreservoir onder de Sahara: water dat duizenden jaren geleden insijpelde en zich nauwelijks aanvult. De depressies waarin de oases liggen zijn uitgeschuurd door de wind tot vlak boven de grondwaterspiegel — dezelfde combinatie die enkele honderden kilometers naar het oosten de meren van Ounianga in stand houdt.
Toubou en Daza: een dunne bevolking
Met naar schatting circa 150.000 inwoners op een gebied ter grootte van Groot-Brittannië behoort Borkou tot de dunstbevolkte gebieden van Afrika. De bevolking bestaat overwegend uit Toubou, en dan vooral uit de Daza (in Tsjaad vaak Gorane genoemd), met daarnaast Arabischsprekende groepen en handelaars uit het zuiden. De Daza leven van kamelen, geiten en dadels en verplaatsen zich over grote afstanden tussen de weidegebieden. Uit deze streek kwam Hissène Habré, die tussen 1982 en 1990 het land bestuurde; Borkou speelde ook een hoofdrol in de burgeroorlogen en de oorlog met Libië, waarbij Faya-Largeau meermaals werd ingenomen en heroverd.
Dadels, zout en vergunningen
De economie van Borkou steunt op drie pijlers. De dadeloogst gaat per vrachtwagen naar de markten van het zuiden en levert de oasetuinen hun belangrijkste inkomen. Daarnaast wordt uit de zoutpannen natron en keukenzout gewonnen, dat vooral als toevoeging aan veevoer naar het zuiden en naar Nigeria verdwijnt. Tot slot is er de kameelhouderij, met exportroutes richting Libië en Egypte. Goudzoekers trokken de afgelopen jaren in groten getale naar de noordelijke woestijnzones, wat spanningen en veiligheidsproblemen opleverde. Reizigers hebben voor het noorden een aparte vergunning nodig en zijn aangewezen op een lokale organisator; zie veiligheid in Tsjaad voor de actuele stand van zaken.
Zeven miljoen jaar oud: in de Djourab-woestijn in het zuiden van Borkou vond een Frans-Tsjadisch team in 2001 de schedel die bekend werd als Toumaï (Sahelanthropus tchadensis) — met een ouderdom van circa zeven miljoen jaar een van de oudste vondsten uit de menselijke stamboom, duizenden kilometers van de Oost-Afrikaanse vindplaatsen waar men die verwachtte.