Vroegste sporen
Tsjaad behoort tot de bakermat van de mensheid: in 2001 werd bij Toros-Menalla de schedel van Sahelanthropus tchadensis ('Toumaï') gevonden, ±7 miljoen jaar oud en een van de oudste bekende mensachtigen. Duizenden rotstekeningen in het Ennedi en Tibesti tonen een Sahara die ooit groen was, met koeien, giraffen en zwemmers.
Kanem-Bornu: duizend jaar rijk
Vanaf circa 700 n.Chr. groeide ten noordoosten van het Tsjaadmeer het rijk Kanem, dat de trans-Saharahandel in zout, goud en slaven beheerste. De heersers (mai's) namen in de 11e eeuw de islam aan; het rijk verplaatste zich later naar Bornu en hield het — in wisselende vormen — vol tot de 19e eeuw. Ook de sultanaten Baguirmi en Wadai (rond Abéché) drukten hun stempel op de regio.
Franse kolonie
Frankrijk veroverde het gebied rond 1900; de slag bij Kousséri maakte een einde aan het rijk van krijgsheer Rabih az-Zubayr. Tsjaad werd onderdeel van Frans-Equatoriaal-Afrika — maar bleef de 'assepoester van het imperium': er werd nauwelijks geïnvesteerd, terwijl het zuiden verplicht katoen moest verbouwen. In de Tweede Wereldoorlog koos gouverneur Félix Éboué als eerste in het Franse rijk de kant van De Gaulle; Tsjadische troepen vochten mee bij Koufra.
Onafhankelijkheid en burgeroorlog
Op 11 augustus 1960 werd Tsjaad onafhankelijk onder president François Tombalbaye. Zijn autoritaire bewind en de verwaarlozing van het islamitische noorden leidden vanaf 1965 tot de burgeroorlogen: de opstand van FROLINAT, Libische interventies rond de Aouzou-strook en uiteindelijk de 'Toyota-oorlog' (1987), waarin Tsjadische strijders op pick-ups het Libische leger versloegen.
Habré, Déby en het heden
Hissène Habré (1982–1990) vestigde een schrikbewind waarbij naar schatting 40.000 mensen omkwamen; in 2016 werd hij in Dakar als eerste ex-staatshoofd door een Afrikaans tribunaal veroordeeld voor misdaden tegen de menselijkheid. Zijn generaal Idriss Déby greep in 1990 de macht en hield die dertig jaar — tot hij in april 2021 omkwam bij gevechten met rebellen. Sindsdien leidt zijn zoon Mahamat Idriss Déby het land; hij won de omstreden presidentsverkiezingen van mei 2024.