Een provincie die half in het water ligt
Lac vormt de uiterste westpunt van Tsjaad en dankt zijn naam aan het Tsjaadmeer, waarvan het Tsjadische deel vrijwel geheel binnen de provinciegrenzen valt. Met circa 22.000 vierkante kilometer hoort Lac bij de kleinere provincies van het land, maar het is de enige waar de buitengrens letterlijk beweegt: afhankelijk van de wateraanvoer schuift de oever tientallen kilometers op of terug. In het noorden en oosten ligt Kanem, in het zuidoosten Hadjer-Lamis. Aan de overzijde van het water grenst de provincie aan Niger, Nigeria en Kameroen, en die grenzen lopen dwars door de eilandengordel — een vissersdorp ligt bestuurlijk soms verder van de Tsjadische wal dan van de Nigeriaanse.
De provincie telt drie departementen: Mamdi met hoofdplaats Bol, Wayi met Ngouri en Fouli met Liwa. Bol ligt op ongeveer 250 kilometer van N’Djamena; de route loopt via Massakory en is in het regenseizoen niet overal berijdbaar.
Bol en de polders
Bol is een kleine hoofdplaats van naar schatting enkele tienduizenden inwoners, gebouwd aan een baai waarvan de vorm per decennium verandert. De omgeving is bekend van de polders: laaggelegen kommen tussen de zandduinruggen die met dijkjes van het meer worden afgesloten, waarna het ingesloten water verdampt en een vruchtbare, vochtige bodem achterblijft. Sinds de jaren zestig werkt een staatsbedrijf, de Société de Développement du Lac, aan de aanleg en het onderhoud van die polders. Er groeien maïs, tarwe, niébé (een lokale boon) en groenten — gewassen die je elders in deze klimaatgordel nauwelijks tegenkomt. Tarwe uit Bol is een van de weinige Tsjadische graanproducten die buiten de regio bekend zijn.
Water dat komt en gaat
Het meer is ondiep: op de meeste plaatsen minder dan vier meter, zelden meer dan zeven. Daardoor slaat elke verandering in de aanvoer meteen door in het oppervlak. In de jaren zestig besloeg het meer nog ruwweg 25.000 vierkante kilometer; halverwege de jaren tachtig was daar minder dan een tiende van over. Sindsdien schommelt het waterpeil sterk, met een noordelijk bekken dat regelmatig droogvalt. Ongeveer negentig procent van het water komt uit het zuiden, via de Chari en zijn zijrivieren, zodat de regen in Zuid-Tsjaad bepaalt hoe hoog het water bij Bol staat. Het klimaat ter plaatse is dat van de Sahel: 300 tot 500 millimeter regen tussen juni en september, daarna acht droge maanden met stof uit de harmattan.
Kanembu, Buduma en het Kouri-rund
Bij de volkstelling van 2009 telde Lac ruim 450.000 inwoners; projecties komen inmiddels op circa 800.000, en dat is exclusief de tienduizenden ontheemden die de laatste jaren bijkwamen. Alle getallen zijn schattingen: sinds 2009 is er geen nieuwe telling geweest. De grootste groep zijn de Kanembu, akkerbouwers en polderboeren die ook in Kanem wonen. Op de eilanden leven de Buduma of Yedina, vissers en veehouders met een eigen taal, naast Kouri, Haddad en arabischsprekende herders; zie ook het overzicht van de etnische groepen van Tsjaad. De eilandbewoners houden het Kouri-rund, een ras dat alleen hier voorkomt en dat een aparte plaats inneemt in de Tsjadische veeteelt.
Runderen die zwemmen: het Kouri-rund heeft enorme, van binnen holle horens die als drijver werken. De dieren steken zwemmend het water over tussen de eilanden en grazen op waterplanten — een aanpassing die nergens anders in Afrika op deze schaal voorkomt.
Vis, natron en spirulina
De economie draait op wat het meer geeft. Vis, vooral nijlbaars en tilapia, wordt gedroogd of gerookt en gaat per vrachtwagen naar Nigeria en Kameroen; die grensoverschrijdende handel is voor veel gezinnen de belangrijkste inkomstenbron. In de zoutkommen tussen de duinen wordt natron gewonnen, een sodahoudend zout dat als veevoersupplement en in de keuken wordt gebruikt. Verder oogsten vrouwen spirulina, een blauwgroene alg die van het wateroppervlak wordt geschept, in de zon gedroogd en als harde koeken (dihé) op de markt komt; het is een oude, eiwitrijke aanvulling op het dagelijkse eten.
Een provincie in een crisisgordel
Sinds 2015 is Lac doelwit van aanvallen door gewapende groepen die vanuit het Nigeriaanse deel van het meer opereren. De autoriteiten riepen meermaals de noodtoestand uit, dorpen op de eilanden werden ontruimd en er ontstonden grote kampen voor ontheemden rond Baga Sola en Bol. Hulporganisaties zijn er permanent aanwezig; visserij en verkeer over het water zijn periodiek aan banden gelegd. Wie de provincie op de kaart volgt, ziet dat Lac vastzit aan Kanem in het noordoosten en aan Hadjer-Lamis in het zuidoosten; iets verder landinwaarts begint Barh el Gazel, waar de fossiele bedding van de Bahr el Ghazal het meer ooit met het binnenland verbond.