TsjaadNaslagwerk over Tsjaad

Reizen — beproefde routes en reisduurZakouma vanaf 8 dagen · Ennedi vanaf 2 weken

Reisroutes door Tsjaad

Tsjaad is groot en traag te doorkruisen, dus reizigers kiezen vrijwel altijd voor één landsdeel per reis. Twee routes domineren: het wildpark Zakouma en de woestijnlus door het Ennedi.

Uitgangspunten bij het plannen

Elke route begint en eindigt in N’Djamena, want daar landt je vlucht. Reken vervolgens met lage snelheden: over piste haal je 40 tot 60 kilometer per uur, en de afstanden zijn Europees gezien enorm. Plan daarom nooit meer dan één grote regio per reis en houd marge voor pech, controleposten en zandritten. Reis in het droge seizoen, ruwweg november tot en met februari, en stem je vertrek af op de openingsperiodes van parken en kampen; zie de beste reistijd. Welke gebieden op enig moment bereisbaar zijn hangt af van de veiligheidssituatie, waarover het reisadvies van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken en de Belgische FOD Buitenlandse Zaken uitsluitsel geeft; de grensstreken en de Tsjaadmeerregio staan daarin al jaren op rood. De routes hieronder zijn beschrijvingen van wat gangbaar is, geen aanbeveling om te gaan.

Acht tot tien dagen: Zakouma

De kortste zinvolle reis draait om nationaal park Zakouma in de provincie Salamat. Vanuit de hoofdstad vlieg je met een charter in ruim een uur naar de landingsbaan bij het park, of je rijdt er in twee dagen heen via Mongo en Am-Timan. Ter plaatse blijf je vier tot zes nachten, met ochtend- en avondritten en te voet begeleide tochten. Het park herbergt een herstellende olifantenpopulatie, grote buffelkudden, giraffen, leeuwen en in het droge seizoen enorme concentraties kroonkraanvogels en pelikanen. Een dag in de hoofdstad aan het begin of eind vult de reis aan, bijvoorbeeld met het nationale museum en de markt.

Twee weken: Ennedi en de Ounianga-meren

De klassieke woestijnreis loopt door het noordoosten. Je vliegt of rijdt naar Abéché en gaat vandaar noordwaarts naar Fada, de toegangspoort tot het Ennedi-massief. In de dagen daarna rijd je langs zandsteentorens en natuurlijke bogen, waaronder de Aloba-boog, en bezoek je rotswanden met tekeningen van vee, jagers en wagens uit een tijd dat de Sahara groen was. Hoogtepunt voor velen is de guelta van Archei, een permanente waterkloof waar kamelen worden gedrenkt. Wie langer heeft, rijdt door naar de Ounianga-meren, een reeks meren midden in de woestijn die op de werelderfgoedlijst staat, en keert terug via Faya-Largeau. Je slaapt veertien dagen in tenten of onder de blote hemel, in konvooi met minstens twee wagens.

Afstand in perspectief: van N’Djamena naar Fada is het over de weg ruwweg duizend kilometer, waarvan een groot deel piste. In Europa is dat de afstand Amsterdam–Milaan; in Tsjaad kost het drie tot vier rijdagen.

Korte lussen vanuit de hoofdstad

Heb je maar een paar dagen, bijvoorbeeld als aanhangsel aan een werkbezoek, dan blijf je in de omgeving van de hoofdstad. Het dorp Gaoui, even buiten de stad, staat bekend om zijn beschilderde huizen en aardewerk en heeft een klein museum over de Sao-cultuur. Stroomafwaarts langs de Chari liggen dorpen waar je met een pirogue nijlpaarden en talrijke watervogels kunt zien. Ook een dagtocht naar de rivieroevers en de markten in de omgeving van Hadjer-Lamis is haalbaar. Blijf daarbij weg van militaire terreinen en fotografeer niets zonder toestemming, zoals uitgelegd bij de reistips.

Het zuiden: katoen, savanne en Manda

Een minder gelopen route voert zuidwaarts over de verharde weg via Bongor naar Moundou, het industriële hart van het katoen- en brouwerijgebied, en verder naar Doba met zijn olievelden en naar Sarh aan de Chari. Bij Sarh ligt nationaal park Manda, een klein en weinig bezocht park in de galerijbossen langs de rivier. Reken op zeven tot tien dagen voor een lus door het zuiden, met eenvoudige overnachtingen onderweg; zie accommodatie. Het zuiden is groener en dichter bevolkt dan de rest van het land, maar in de regentijd deels onbereikbaar.

Verder lezen