TsjaadNaslagwerk over Tsjaad

Steden — hoofdstad van het sultanaat Wadai sinds circa 1850Hoofdplaats van Ouaddaï · ruim 700 km van N’Djamena

Abéché: karavaanstad in Oost-Tsjaad

Abéché was in de negentiende eeuw de hoofdstad van het machtige sultanaat Wadai en een eindpunt van de karavaanroute door de Sahara; vandaag is het de grootste stad van Oost-Tsjaad en de logistieke spil van de hulpverlening aan de Soedanese grens.

Ligging in de oostelijke Sahel

Abéché ligt in het oosten van Tsjaad, ongeveer 150 kilometer van de Soedanese grens, in een golvend sahellandschap van zandvlakten, rotsige heuvels en droge rivierbeddingen die alleen na een bui water voeren. De stad is de hoofdplaats van de provincie Ouaddaï. Het klimaat is streng: er valt jaarlijks ruwweg 300 tot 450 millimeter regen, vrijwel uitsluitend tussen juli en september, en van maart tot juni loopt de temperatuur ver boven de 40 graden op. Het is een typisch stukje Sahel, met alle onzekerheid over oogsten die daarbij hoort.

Hoofdstad van het sultanaat Wadai

Het sultanaat Wadai ontstond in de zeventiende eeuw als islamitische staat ten oosten van de rijken rond het Tsjaadmeer, zie Kanem-Bornu. Rond het midden van de negentiende eeuw verplaatste de sultan zijn residentie naar Abéché, dat uitgroeide tot een van de grootste steden van de regio. De welvaart kwam van de karavaanhandel: vanuit Abéché vertrokken karavanen noordwaarts door de Sahara naar Koefra en Benghazi aan de Libische kust, beladen met ivoor, struisvogelveren en slaven, en terug kwamen wapens, textiel en zout. De Fransen namen de stad in 1909 in; het verzet van de laatste sultan hield nog jaren aan. Daarmee eindigde de zelfstandigheid, en het Franse bestuur verlegde het zwaartepunt van het land naar het westen.

Een stad die instortte: rond 1900 had Abéché naar schatting enkele tienduizenden inwoners en gold het als een van de grootste steden tussen de Nijl en de Niger. Na de Franse verovering sloegen hongersnood en epidemieën toe en liep de bevolking binnen twee decennia terug tot een fractie daarvan. De stad heeft er bijna een eeuw over gedaan om weer op het oude niveau te komen.

Inwoners vandaag

De volkstelling van 2009 telde ruim 75.000 inwoners. Sindsdien is de stad hard gegroeid, onder meer door de aanwezigheid van internationale organisaties en door trek uit de omliggende dorpen; schattingen lopen uiteen van ongeveer 100.000 tot ruim 130.000. Harde cijfers ontbreken. De bevolking is overwegend islamitisch en bestaat uit Maba, Tsjadische Arabieren, Zaghawa en tal van kleinere groepen, zie etnische groepen. Tsjadisch Arabisch is er de gebruikstaal; Frans hoor je vooral in kantoren en op school.

Economie en de rol als hulpcentrum

Abéché leeft van handel en van vee. De veemarkten zijn een schakel in de export van runderen, schapen en kamelen naar Soedan, Libië en Nigeria, zie veeteelt. Daarnaast is de stad al twee decennia de logistieke basis voor de opvang van vluchtelingen: eerst uit Darfoer vanaf 2003, en sinds het uitbreken van de oorlog in Soedan in april 2023 opnieuw voor honderdduizenden mensen die de grens over kwamen. Dat heeft de stad opslagloodsen, kantoren, een grotere luchthaven en een aanzienlijke lokale werkgelegenheid opgeleverd. Abéché heeft ook een universiteit, een van de weinige buiten de hoofdstad, zie onderwijs.

Wat er te zien is

De oude stad is het interessantst: een dichte kern van lemen huizen met binnenplaatsen, smalle straten en de grote moskee. Het paleis van de sultan van Ouaddaï staat er nog en de traditionele sultan vervult tot op vandaag een rol als gezaghebber; in de omgeving liggen de graven van zijn voorgangers. De markt weerspiegelt de ligging op de oude handelsroute, met dadels, zout, leerwerk en textiel. Bezoek vereist zorgvuldige voorbereiding: de grensstreek met Soedan is onrustig en het reisadvies voor Oost-Tsjaad is streng, zie veiligheid in Tsjaad.

Bereikbaarheid vanaf N’Djamena

Over de weg is het ruim 700 kilometer van N’Djamena naar Abéché, via Bokoro, Mongo en Oum Hadjer. Deze oost-westcorridor is de belangrijkste landverbinding van het land en de laatste jaren over grote lengte verhard, al blijven er stukken slecht en kunnen wadi’s na een regenbui uren onbegaanbaar zijn. Bussen doen de rit doorgaans in anderhalve tot twee dagen. Abéché heeft een luchthaven met verharde baan, die vooral wordt gebruikt door vliegtuigen van hulporganisaties en de Verenigde Naties; commerciële lijnvluchten binnen Tsjaad zijn schaars en onregelmatig, zie vervoer.

Verder lezen