Ligging in het groene zuiden
Moundou ligt in het zuidwesten van Tsjaad, aan de Logone Occidental, een van de twee bronrivieren van de Logone. De stad is de hoofdplaats van de provincie Logone Occidental, de kleinste provincie van het land in oppervlakte maar een van de dichtstbevolkte. Het landschap is hier Soedanese savanne: boomsavanne met baobabs en karitébomen, doorsneden door rivieren die in het regenseizoen buiten hun oevers treden. Er valt jaarlijks ruwweg 900 tot 1.100 millimeter regen, vrijwel alles tussen mei en oktober. Dat is een andere wereld dan de Sahel een paar honderd kilometer noordelijker.
Van bestuurspost tot tweede stad
Moundou is een koloniale stichting: de Fransen richtten er in 1923 een bestuurspost in. De stad groeide toen het Franse bestuur vanaf de jaren twintig katoen als verplichte teelt oplegde aan de boeren van het zuiden — een dwangsysteem dat tot ver na de koloniale tijd zijn sporen naliet in de landbouwstructuur. De katoen moest ergens geperst en verscheept worden, en Moundou werd het verzamelpunt. In de jaren tachtig, tijdens de burgeroorlogen, was het zuiden rond Moundou het toneel van gevechten tussen het leger en zuidelijke verzetsgroepen, met zware gevolgen voor de bevolking.
Inwonertal
Bij de volkstelling van 2009 telde Moundou bijna 140.000 inwoners. Betrouwbaardere cijfers zijn er sindsdien niet: alles wat je nu leest is een projectie. Gangbare schattingen komen uit tussen de 160.000 en 200.000 inwoners, waarmee Moundou de tweede stad van het land blijft, maar op grote afstand van de hoofdstad. De bevolking bestaat overwegend uit Sara-groepen, met het Ngambaye als meest gesproken taal naast het Frans; zie de etnische groepen van Tsjaad.
Katoen, bier en handel
Twee bedrijven bepalen het economische gezicht van de stad. Het eerste is de katoenmaatschappij Cotontchad, die in en rond Moundou de belangrijkste egreneerfabrieken heeft staan; de vezel gaat over de weg naar Kameroen en vandaar per spoor naar de haven van Douala. Zie landbouw in Tsjaad voor het bredere beeld. Het tweede is de brouwerij van de Brasseries du Tchad, een van de grootste particuliere werkgevers van het land. Daarnaast leeft Moundou van de handel: de stad ligt op de doorgaande route tussen de hoofdstad, het olieveld bij Doba en de Kameroense grens, en de markt trekt kopers uit de hele regio.
Bierstad in een moslimland: het bekendste Tsjadische biermerk komt uit Moundou en is in het hele land te koop — ook al is ruim de helft van de TsjadiĆ«rs moslim. De scheidslijn valt goeddeels samen met die tussen het overwegend christelijke en animistische zuiden en het islamitische noorden; zie de religieuze verdeling.
Wat er te zien is
Moundou is geen toeristenstad, maar het is de prettigste plek van Tsjaad om het dagelijkse leven van het zuiden te zien. De centrale markt is groot en levendig, met gierst, aardnoten, gedroogde vis en huishoudwaar. Aan de rand van de stad ligt de oever van de Logone Occidental, waar vissers met werpnetten en pirogues werken. De kathedraal van Moundou is het middelpunt van een van de grootste katholieke bisdommen van het land. Wie doorreist, kan de stad gebruiken als uitvalsbasis voor het zuidelijke platteland en voor Kélo.
Bereikbaarheid vanaf N’Djamena
De rit van N’Djamena naar Moundou is ongeveer 475 kilometer over de nationale weg door Guelendeng, Bongor en Kélo. Dit is de best onderhouden lange verbinding van Tsjaad en over vrijwel de hele lengte verhard; reken toch op zes tot acht uur door controleposten, veetransport en beschadigde asfaltstukken. Bussen en gedeelde busjes rijden dagelijks. Moundou heeft een vliegveld met verharde baan, maar geregelde lijnvluchten binnen Tsjaad zijn schaars; ga er niet van uit dat je kunt vliegen. In het regenseizoen zijn de zijwegen naar de dorpen rond de stad vaak onbegaanbaar, zie de beste reistijd.