TsjaadNaslagwerk over Tsjaad

Economie — geen enkele kilometer spoorKlein aandeel verharde wegen · één internationale luchthaven

Infrastructuur in Tsjaad

Een land zo groot als Frankrijk, Duitsland en Polen samen, met een handvol verharde hoofdwegen, geen spoorlijn, één internationale luchthaven en een stroomnet dat een klein deel van de bevolking bereikt. De afstand is hier de duurste kostenpost.

Wegen: het verharde deel is klein

Het wegennet telt tienduizenden kilometers, maar slechts een fractie daarvan is geasfalteerd — in de orde van enkele duizenden kilometers. De verharde assen verbinden N’Djamena met het zuiden, richting Moundou en de olievelden, en oostwaarts richting Abéché. Al het overige is zand, klei of kiezel. In het regenseizoen verandert de kleigrond van de Sahel in modder waar zelfs terreinwagens in blijven steken; de autoriteiten sluiten dan officieel wegvakken af om het wegdek te sparen, de beruchte regenbarrières, die een rit van een dag in een wachttijd van een week kunnen veranderen. Wie in het noorden reist, doet dat zonder weg: navigeren gebeurt op piste en peiling, zie vervoer in Tsjaad.

Geen spoorwegen

Tsjaad heeft geen enkele spoorlijn. Sinds de koloniale periode zijn er plannen geweest voor een verbinding met het Kameroense spoornet en later voor lijnen richting Soedan; er zijn overeenkomsten getekend en tracés bestudeerd, maar er is nooit rails gelegd. Al het vrachtvervoer over land gaat daarom per vrachtwagen, met alle kosten en slijtage van dien — een van de redenen dat ingevoerde goederen in Tsjaad zo duur zijn, zie handel en export.

Door de lucht en over het water

De luchthaven van N’Djamena is het enige vliegveld met regelmatige internationale lijndiensten en tevens een militaire basis. Provincieplaatsen als Abéché, Sarh, Moundou en Faya beschikken over start- en landingsbanen die vooral door hulporganisaties en overheidsvluchten worden gebruikt; een binnenlands lijnennet van betekenis bestaat niet. Rivieren bieden maar beperkt uitkomst: de Chari en de Logone zijn alleen in en kort na het regenseizoen bevaarbaar, en dan nog voor pirogues en kleine boten, niet voor vrachtschepen.

Energie en water

De elektriciteitsvoorziening is de grootste rem op de industrie. Het net wordt vrijwel geheel gevoed door dieselgeneratoren, bereikt ongeveer een op de tien inwoners en kent dagelijkse afschakeling; bedrijven draaien noodgedwongen op eigen aggregaten, wat de productiekosten opdrijft. Zonne-energie wint terrein, onder meer met een zonnepark bij Djermaya ten noorden van de hoofdstad. Voor drinkwater zijn steden en dorpen afhankelijk van grondwaterputten en boorgaten; de aanleg en het onderhoud daarvan bepalen in de Sahel letterlijk waar mensen kunnen wonen. Wat dat voor bezoekers betekent, staat bij elektriciteit en stekkers.

De digitale achterstand

Omdat Tsjaad geen kust heeft, moet al het internetverkeer over glasvezelkabels door Kameroen naar de zeekabels aan de Atlantische kust. Die enkelvoudige afhankelijkheid maakt de verbinding duur en kwetsbaar, en het gebruik blijft laag: slechts een minderheid van de bevolking is online, vrijwel altijd via een mobiele telefoon. Regionale programma’s hebben glasvezel aangelegd richting de buurlanden om de afhankelijkheid van één route te verkleinen; zie internet en telefonie. De olie-inkomsten hebben sinds 2003 wel voor zichtbare investeringen gezorgd — brede boulevards, bruggen en overheidsgebouwen in de hoofdstad — maar veel minder voor de verbindingen tussen de provincies, zie aardolie in Tsjaad.

Groot land, geen rails: met bijna 1,3 miljoen vierkante kilometer is Tsjaad een van de grootste landen ter wereld zonder ook maar één kilometer spoorlijn. De dichtstbijzijnde treinstations liggen in Kameroen en Nigeria, honderden kilometers van de Tsjadische grens.

Verder lezen