Ligging aan de rand van de woestijn
Wadi Fira ligt in het oosten van Tsjaad, op de overgang van de sahel naar de Sahara. In het noorden grenst de provincie aan Ennedi-Ouest, in het westen aan Batha, in het zuiden aan Ouaddaï en in het oosten aan de Soedanese regio Darfur. Het oppervlak wordt geschat op ruim 50.000 vierkante kilometer. De provincie draagt sinds 2002 haar huidige naam; daarvoor heette de streek eenvoudig Biltine, naar de hoofdplaats. Wadi is het Arabische woord voor een rivierbedding die alleen in het regenseizoen water voert — en dat is precies waar de provincie om draait.
Biltine, Guéréda en Iriba
Biltine is de bestuurszetel, maar de provincie heeft drie plaatsen van belang. Guéréda, in het Tama-gebied, en Iriba, in het noordoostelijke Zaghawa-gebied, zijn eigen departementshoofdsteden en markten van formaat. Alle drie zijn het plaatsen van hooguit enkele tienduizenden inwoners, opgetrokken uit leem en beton, met een weekmarkt waar vee, gierst, thee en gedroogde okra worden verhandeld. De verharde weg vanuit Abéché loopt tot Biltine; noordelijker gaat het verder over piste.
Leven van een rivier zonder water
Het landschap is dor: zandvlakten, verspreide acacia’s, granietkoppen en droge beddingen die zich door het land snijden. Er valt gemiddeld 200 tot 400 millimeter regen per jaar, alles tussen juli en september, en de verschillen tussen de jaren zijn enorm. Na een bui staat er water in de wadi, soms uren, soms een dag; daarna zakt het weg in het zand en blijft er een ondergrondse voorraad achter. Boeren graven putten in de bedding en leggen daaromheen tuinen aan met uien, knoflook, tomaten en watermeloen. Dit gebied hoort tot de streken van de Sahel waar droogtes het diepst hebben ingehakt: de hongersnoden van de jaren zeventig en tachtig hebben in Wadi Fira hele dorpen doen verdwijnen.
Zaghawa, Tama en Arabische veehouders
De bevolking wordt geschat op circa 700.000 mensen; de volkstelling van 2009 kwam op bijna 500.000 en alle latere getallen zijn projecties. De Zaghawa, verdeeld over verschillende ondergroepen, vormen de bekendste gemeenschap; hun leefgebied loopt door tot ver in Darfur, wat de grens hier in de praktijk poreus maakt. In en rond Guéréda wonen de Tama, verder zuidelijk Arabisch sprekende herders, Mimi en Kapka. De Zaghawa hebben sinds 1990 een uitgesproken plaats in het landsbestuur, want president Idriss Déby kwam uit deze gemeenschap. Vrijwel iedereen in de provincie is moslim.
Kampen die dorpen werden
Vanaf 2003 vluchtten honderdduizenden mensen uit Darfur over de grens. Bij Iriba en Guéréda werden kampen ingericht — onder meer Iridimi, Touloum, Am Nabak, Kounoungou en Mile — die er twintig jaar later nog steeds staan. Sommige tellen meer bewoners dan de naburige Tsjadische plaatsen, en er is een generatie in opgegroeid die Soedan nooit heeft gezien. De oorlog die in 2023 in Soedan uitbrak, bracht opnieuw een grote toestroom naar Oost-Tsjaad. De druk op water, brandhout en weidegrond is daardoor groot; wie deze streek overweegt te bezoeken, moet rekening houden met een streng reisadvies; raadpleeg de veiligheidssituatie en controleer die bij de officiële instanties.
Waarvan de provincie bestaat
Vee is de belangrijkste bron van bestaan: kamelen, runderen, schapen en geiten, die in kuddes met de seizoenen meebewegen — zie veeteelt in Tsjaad. Daarnaast regenlandbouw met gierst en sorghum, tuinbouw in de wadi’s en het oogsten van gom arabicum uit acaciabossen, dat via handelaren naar de wereldmarkt gaat. Naar het noorden toe verandert het land in de rotswoestijn van het Ennedi-massief; zuidwaarts leidt de weg naar Ouaddaï en de grensprovincie Sila.
Twee decennia noodhulp: de kampen bij Iriba behoren tot de oudste vluchtelingenkampen van Afrika die nog in gebruik zijn. Bewoners hebben er scholen, markten en moskeeën gebouwd; formeel blijven het tijdelijke voorzieningen, in de praktijk zijn het permanente nederzettingen met een eigen economie.