Twee officiële talen en één taal voor de markt
De grondwet erkent twee officiële talen: Frans en Arabisch. Het Frans is de taal van de ministeries, het leger, de rechtbanken en vrijwel het hele hoger onderwijs; wetteksten en de meeste kranten verschijnen erin. Standaardarabisch heeft dezelfde formele status en domineert in de preek, het religieuze onderwijs en een deel van de administratie in het oosten. Geen van beide is echter de taal waarin de meeste Tsjadiërs elkaar dagelijks verstaan.
Die rol vervult het Tsjadisch Arabisch, een eigen spreekvariant die van het standaardarabisch afwijkt in klank, woordenschat en grammatica. Voor een minderheid is het de moedertaal, voor miljoenen anderen de tweede taal die ze op de markt, in het leger of in de bus oppikken. Een veehandelaar uit Wadi Fira die zijn dieren verkoopt aan een slager in N’Djamena doet dat vrijwel zeker in het Tsjadisch Arabisch, ook als thuis geen van beiden die taal spreekt.
Drie van de vier grote taalfamilies van Afrika
Taalkundigen tellen in Tsjaad ruim 120 levende talen, verdeeld over drie grote families. Dat maakt het land tot een van de talig meest gevarieerde van Afrika.
- Afro-Aziatisch — hiertoe behoren het Arabisch (Semitische tak) en de zogeheten Tsjadische talen, een tak die naar het Tsjaadmeer is genoemd. In Tsjaad zelf gaat het om talen als het Masa aan de Logone en het Dangaléat in het Guéra-massief; de bekendste vertegenwoordiger van de tak, het Hausa, wordt vooral buiten Tsjaad gesproken.
- Nilo-Saharaans — met de Saharaanse tak in het noorden (Kanembu rond Mao, Tedaga en Dazaga van de Toubou, Beria van de Zaghawa) en de Centraal-Soedanese tak in het zuiden, waartoe de Sara-talen en het Bagirmi horen.
- Niger-Congo — in de zuidwestelijke hoek, met Adamawa-talen als het Mundang en het Toupouri rond Bongor en Pala.
Geen enkele taal is moedertaal van meer dan ongeveer een vijfde van de bevolking. Het Ngambay, de grootste Sara-taal, wordt door ruim een miljoen mensen rond Moundou als eerste taal gesproken en fungeert in het zuiden zelf als streektaal, ongeveer zoals het Tsjadisch Arabisch dat in de Sahel doet.
Waar welke taal klinkt
De taalkaart volgt grofweg de klimaatzones. In de woestijn en de Sahel overheersen het Tsjadisch Arabisch en de Saharaanse talen; in de oostelijke provincies rond Abéché spreekt men daarnaast het Maba. In het zuiden, waar de meeste mensen wonen, domineren de Sara-talen en de Adamawa-talen. Die verdeling loopt niet gelijk op met de grenzen van de volken: veel Tsjadiërs beheersen drie of vier talen en wisselen binnen één gesprek van code, afhankelijk van wie meeluistert. Zie voor de volken achter deze talen de pagina over etnische groepen.
School, radio en schrift
Op school botsen die werkelijkheden. Het basisonderwijs kent een Franstalige en een Arabischtalige stroom, en veel kinderen beginnen dus in een taal die ze thuis niet horen — een van de verklaringen voor de hoge uitval, waarover de pagina onderwijs meer zegt. Daarnaast bestaan er duizenden koranscholen waar leerlingen Arabische verzen op houten schrijfplankjes leren.
De nationale radio zendt uit in het Frans, het Arabisch en een reeks landstalen; voor veel luisteraars op het platteland is dat de enige nieuwsbron. Van de meeste kleinere talen bestaat geen schoolboek, maar wel een spelling: zendingsorganisaties en kerken legden vanaf de jaren twintig de eerste schrijfwijzen van verschillende Sara-talen vast om er liederen en bijbelvertalingen in te maken — een geschiedenis die doorwerkt in de religieuze praktijk van het zuiden. Wie zelf een paar zinnen wil oefenen, vindt die in de mini-taalgids.
Grensoverschrijdend: het Tsjadisch Arabisch stopt niet bij de landsgrens. Dezelfde spreektaal wordt gebruikt in Noordoost-Nigeria en Noord-Kameroen, waar hij Shuwa-Arabisch heet, en in delen van Soedan, waar hij als Baggara-Arabisch bekendstaat. Het is daarmee een van de weinige Arabische spreektalen die zich als handelstaal onder overwegend niet-Arabische bevolkingsgroepen verspreidde.