De cijfers achter de zorg
De levensverwachting ligt rond de 55 jaar, ruim twintig jaar lager dan in Nederland en België. Achter dat gemiddelde gaat vooral sterfte op jonge leeftijd schuil: van elke duizend kinderen haalt naar schatting een op de tien de vijfde verjaardag niet. Het aantal artsen is uitzonderlijk laag — naar schatting één arts per twintigduizend inwoners of minder, en het merendeel van hen werkt in N’Djamena. Op het platteland draait de zorg op verpleegkundigen en gezondheidswerkers in kleine posten, die soms tientallen kilometers uit elkaar liggen.
Moeder- en kindzorg
De moedersterfte behoort tot de hoogste ter wereld: naar schatting ruim duizend sterfgevallen per honderdduizend levendgeborenen. De oorzaken zijn bekend en samenhangend: een groot deel van de bevallingen vindt thuis plaats zonder geschoolde hulp, verwijzing naar een ziekenhuis kost tijd en geld, en jonge moeders lopen extra risico doordat huwelijken op jonge leeftijd nog veel voorkomen. In de hoofdstad bestaat een gespecialiseerd moeder-en-kindziekenhuis en zijn er campagnes voor bevallen onder begeleiding; buiten de steden hangt veel af van de vraag of er een verloskundige post binnen bereik is. De samenhang met schoolgang van meisjes komt aan de orde bij onderwijs.
Ziekten die het beeld bepalen
Malaria is de belangrijkste doodsoorzaak onder jonge kinderen; de piek valt in en na het regenseizoen, wanneer plassen en overstroomde vlakten broedplaatsen vormen. Tsjaad ligt daarnaast midden in de zogeheten meningitisgordel, waar in het droge seizoen epidemieën van hersenvliesontsteking kunnen opvlammen, bestreden met massale vaccinatiecampagnes. Cholera duikt met enige regelmaat op rond het Tsjaadmeer en langs de rivieren, waar oppervlaktewater ook drinkwater is. Ten slotte is er de jaarlijkse magere periode tussen het opraken van de voorraden en de nieuwe oogst, wanneer in de Sahelgordel acute ondervoeding onder kinderen sterk toeneemt en voedingscentra vollopen.
Ziekenhuizen, apotheken en betalen
De top van het stelsel bestaat uit het nationale referentieziekenhuis en enkele andere klinieken in de hoofdstad; provinciehoofdplaatsen hebben een regionaal ziekenhuis, districten een gezondheidscentrum. Er is geen algemene zorgverzekering: patiënten betalen consult, medicijnen en verband zelf, en het is gebruikelijk dat familie het benodigde eerst in de apotheek koopt en meebrengt. Naast de staat draaien kerkelijke ziekenhuizen en klinieken een aanzienlijk deel van de zorg op het platteland, een erfenis van de missieposten die bij religie in Tsjaad ter sprake komen. Voor reizigers gelden andere afwegingen; die staan bij gezondheid ter plaatse en bij vaccinaties.
Hulporganisaties en campagnes
Internationale organisaties zijn structureel aanwezig: VN-organisaties, het Rode Kruis en medische noodhulporganisaties werken zowel in de vluchtelingenopvang in het oosten als in de reguliere zorg. Een deel van de vaccinatiecampagnes tegen polio, mazelen en hersenvliesontsteking wordt langs die weg uitgevoerd, met ploegen die dorp voor dorp afgaan. Dat de vraag blijft groeien, ligt aan de bevolkingsopbouw: het aantal kinderen neemt jaarlijks toe, zoals te zien is bij de demografie.
De laatste worm: Tsjaad is een van de weinige landen waar de guineaworm nog niet is uitgeroeid. Wat de campagne hier bemoeilijkt, is een ontdekking uit dit land zelf: langs de Chari bleek de parasiet ook honden te besmetten, die vervolgens weer water besmetten. Sindsdien bestaat de bestrijding mede uit het vastleggen en behandelen van dorpshonden.