Het schild en de zon
Het middelpunt van het wapen is een schild met golvende blauwe en gouden lijnen. Die golven staan voor het Tsjaadmeer, het water waaraan het land zijn naam dankt en waar de oudste staten van de regio zijn ontstaan. Boven het schild komt een gouden zon op — symbool voor een nieuw begin en tegelijk een verwijzing naar het felle klimaat van de Sahel. Dezelfde combinatie van water en zon zit in de vlag, waar blauw de hemel en het water aanduidt en goud de zon en het woestijnzand.
Geit en leeuw
Het schild wordt vastgehouden door twee dieren, en die keuze is politieke aardrijkskunde. Links staat een geit: het dier van de herders van het droge noorden en het midden, waar veeteelt de belangrijkste bestaansbron is en kuddes geiten, schapen en kamelen over honderden kilometers trekken. Rechts staat een leeuw, die het groenere zuiden vertegenwoordigt, waar de savanne overgaat in landbouwgrond en waar tot in de twintigste eeuw leeuwen voorkwamen. De twee dieren tegenover elkaar drukken uit wat de Tsjadische politiek sinds 1960 het meest heeft beziggehouden: het samenbrengen van een islamitisch, veehoudend noorden en een overwegend christelijk en animistisch, akkerbouwend zuiden.
Het devies
Onder het schild hangt een lint met de woorden Unité, Travail, Progrès: eenheid, arbeid, vooruitgang. Het devies is in het Frans, een van de twee officiële talen naast het Arabisch, en stamt uit de eerste jaren na de onafhankelijkheid van 1960. Het staat ook in de grondwet en keert terug op officiële documenten en in de aanhef van wetten. De volgorde is geen toeval: eenheid komt eerst, in een land dat bij zijn onafhankelijkheid meer dan honderd talen en tientallen bevolkingsgroepen telde. Zie ook talen in Tsjaad.
De onderscheiding en het gebruik
Tussen schild en lint hangt aan een keten het kleinood van de Nationale Orde van Tsjaad, de hoogste onderscheiding van het land, die kort na de onafhankelijkheid werd ingesteld. De orde wordt toegekend aan burgers en buitenlanders voor bijzondere verdiensten; de president is van rechtswege grootmeester. Het volledige wapen werd in 1970 aangenomen en is sindsdien niet gewijzigd. Het staat op het staatszegel, op paspoorten, op officiële briefhoofden en op de gevels van ministeries en ambassades. Anders dan de vlag zie je het zelden in het straatbeeld van N’Djamena: het is vooral een bestuurlijk symbool.
Tien jaar zonder wapen: Tsjaad had eerst een vlag (1959) en een volkslied (1960) en pas in 1970 een staatswapen. In het eerste decennium na de onafhankelijkheid gebruikten ministeries daarom vooral het zegel met de driekleur.